Direct naar de inhoud

d of t

Er zijn twee vragen die allebei "d of t" heten, en ze hebben niets met elkaar te maken. Hond of hont los je op door het woord langer te maken. Hij word of hij wordt juist niet. Daar geldt een heel andere regel. Hieronder allebei, met een oefening die ze door elkaar gooit.

16 vragen, door elkaar: de helft zelfstandige naamwoorden, de helft werkwoorden.

  1. 1.
  2. 2.
  3. 3.
  4. 4.
  5. 5.
  6. 6.
  7. 7.
  8. 8.
  9. 9.
  10. 10.
  11. 11.
  12. 12.
  13. 13.
  14. 14.
  15. 15.
  16. 16.

Kies bij elke vraag de goede schrijfwijze.

In het kort

D of t zijn twee verschillende vragen. Twijfel in een zelfstandig naamwoord (hond of hont) los je op door het woord langer te maken: honden, dus hond. Twijfel in een werkwoord (hij word of hij wordt) volgt de regel stam plus t bij hij, zij en het. De oefening hieronder mengt beide in 16 vragen, want op een toets staan ze ook door elkaar.

De regels op een rij

Bij een zelfstandig naamwoord: maak het woord langer

Aan het eind van een woord klinkt een d altijd als een t. Je hóórt dus niet of er hond of hont staat. Maak het woord langer. Zeg er meerdere van of zet er een woord achter: honden, dus hond met een d. Katten, dus kat met een t.

Bij een werkwoord: verlengen werkt juist níét

Hier gaat het mis bij veel mensen. "Hij wordt" heeft twee letters aan het eind, terwijl "worden" verlengen zou suggereren dat er één d hoort. Bij een werkwoord kijk je niet naar het woord maar naar de vorm: stam plus t bij hij, zij of het.

De stam vind je met "ik"

Zeg het werkwoord met "ik": ik word, ik vind, ik antwoord. Dat is de stam. Bij hij, zij of het komt daar een t achter, ook als de stam al op een d eindigt. Dus: hij wordt, hij vindt, hij antwoordt.

Achter "jij" valt de t weg

Draai je de zin om, dan gaat de t eraf: "jij wordt" wordt "word jij?". Dat geldt alleen bij jij en je: niet bij hij, en niet bij het. "Wanneer regent het?" houdt zijn t gewoon.

Een voltooid deelwoord eindigt nooit op dt

Bij gebeurd, verhuisd en gewerkt bepaalt 't kofschip of er een d of een t komt. Twee letters komen daar nooit: dt bestaat niet in een voltooid deelwoord.

Twijfel je bij één los woord, zoals bedoeld of bedoelt? Onze Taal heeft precies die twijfelgevallen op een rij gezet, met per woord de uitleg.

Waarom deze oefening mengt

Op de meeste werkbladen staan de zelfstandige naamwoorden bij elkaar en de werkwoorden bij elkaar. Dan weet je bij vraag één al welke regel je de hele rij lang moet toepassen, en oefen je alleen het toepassen: niet het herkennen. In een echte zin krijg je ze door elkaar, en dan is de eerste vraag altijd: is dit een werkwoord of niet? Daarom staan ze hier gemengd, en zegt de uitleg bij elk antwoord welke van de twee regels gold.

De klassieke twijfelgevallen

Hij wordt of hij word?

Hij wordt. De stam is "word" (ik word), en bij hij komt daar een t achter. Dat de stam al op een d eindigt maakt niet uit. De t komt er gewoon bij.

Word jij of wordt jij?

Word jij. Zodra "jij" ná het werkwoord staat, valt de t weg. Staat jij ervóór, dan blijft hij: "jij wordt".

Is het gebeurd of gebeurt?

Allebei bestaan, maar ze betekenen iets anders. "Het is gebeurd" is een voltooid deelwoord (met een d, want gebeuren zit niet in 't kofschip). "Het gebeurt vaak" is tegenwoordige tijd: stam plus t.

Hond of hont?

Hond. Maak het woord langer: honden. Daar hoor je de d. Deze truc werkt alleen bij zelfstandige naamwoorden, niet bij werkwoorden.

Waarom werkt verlengen niet bij werkwoorden?

Omdat je bij een werkwoord niet naar het woord kijkt maar naar de vorm. "Worden" verlengen geeft geen antwoord op de vraag of er bij "hij" een t achter de stam komt. Dat bepaalt de regel, niet de klank.

Over deze oefening

Kenmerken van de d-of-t-oefening
KenmerkDeze oefening
Twee regels Verlengen bij woorden, stam plus t bij werkwoorden
Vragen per ronde 16, gemengd. De helft woorden, de helft werkwoorden
Voorraad opgaven 79: 22 losse woorden en 57 werkwoordsvormen
Werkwoordsvormen Drie: hij-vorm, omdraaiing ("word jij?") en voltooid deelwoord
Uitleg Bij elk antwoord staat welke regel gold en hoe je het controleert
Werkblad Ja, als PDF met de antwoorden erbij
Geschikt voor Groep 6 t/m 8, brugklas en volwassenen
Kosten Gratis, zonder account

Verder oefenen

Gaat het om werkwoorden, dan zit de rest van de regels bij werkwoordspelling, en de verleden tijd bij 't kofschip. Voor de andere spellingcategorieën (ei of ij, au of ou, verkleinwoorden en meervoud) maak je een werkblad met de spellinggenerator. Wie de woorden liever hoort dan leest, oefent ze in het dictee met voorleesstem; en wie wil weten wélk woord in de zin de persoonsvorm is. De vraag die onder de halve d/t-twijfel ligt, vind je bij zinsdelen.

Laatst bijgewerkt: