Direct naar de inhoud
MaakJePuzzel

Dictee oefenen

De computer leest het woord én de zin voor, dus je kind kan zelfstandig oefenen — zonder dat er iemand naast moet zitten. Liever op papier? Print het voorleesblad met schrijflijnen.

In groep 5 komen de verkleinwoorden erbij, de woorden met ei of ij en au of ou, en het meervoud met -en of -s.

Welke categorieën?

Niets gekozen betekent: alle categorieën door elkaar.

Dictee wordt klaargezet…

Zo werkt het

  1. Kies de groep en de categorie. Werkt je klas aan verkleinwoorden of aan ei en ij? Zet alleen die categorie aan, dan gaat het dictee daar helemaal over.
  2. Laat het woord voorlezen. De computer zegt eerst het woord en daarna de zin. Zo hoort een kind welke vorm bedoeld wordt — belangrijk bij woorden als "vindt" en "vind".
  3. Typ het woord. Enter brengt je naar het volgende woord. Kom je er niet uit, dan kun je het woord laten zien.
  4. Kijk na. Na het laatste woord zie je meteen wat er fout ging, met de spellingcategorie erbij zodat duidelijk is wát er geoefend moet worden.

Dictee per groep

Elke pagina staat al goed ingesteld op de spellingcategorieën van die groep:

Wat dit dictee goed doet

Veelgestelde vragen over dictees

Wat is een dictee?

Bij een dictee leest iemand woorden of zinnen voor die jij opschrijft. Zo oefen je spelling zonder dat het goede antwoord al voor je neus staat. Op de basisschool wordt vaak wekelijks een dictee afgenomen om te controleren of de spellingregels van dat blok blijven zitten.

Kan mijn kind alleen oefenen, zonder dat ik voorlees?

Ja, daarvoor is de voorleesknop gemaakt. De computerstem zegt eerst het woord en daarna de zin waarin het voorkomt. Werkt dat niet in jouw browser — niet elke browser heeft een Nederlandse stem — dan kun je het woord laten tonen, of het voorleesblad printen en zelf dicteren.

Waarom staat er bij elk woord een zin?

Omdat je zonder zin niet weet welke vorm bedoeld wordt. "Vind" en "vindt" klinken hetzelfde; pas in "hij vindt het mooi" is duidelijk welke je moet opschrijven. Bij elk woord op deze pagina hoort daarom een korte zin, en die wordt ook voorgelezen.

Welke woorden horen bij welke groep?

In groep 4 gaat het om korte en lange klanken en woorden op een d of t. Groep 5 doet verkleinwoorden, ei of ij, au of ou en meervoud. In groep 6 komen -cht, -ig en -lijk, samenstellingen en de eerste leenwoorden. Groep 7 draait om werkwoordspelling en groep 8 om leenwoorden, woorden op -isch en de trema.

Hoeveel woorden zitten er in?

Op dit moment 149 woorden, verdeeld over vijf groepen en gesorteerd op spellingcategorie. Elk woord heeft een eigen voorbeeldzin.

Kan ik een dictee printen?

Ja. De PDF geeft twee pagina's: een voorleesblad met de woorden, de zinnen en de categorie voor degene die dicteert, en een tweede pagina met genummerde schrijflijnen voor het kind. Aan één download heb je dus genoeg.

Meer taal oefenen

Wil je de regels erachter oefenen in plaats van losse woorden? Dat kan met de spellingwerkbladen (ei of ij, au of ou, d of t) en met werkwoordspelling. Tip: stop de dicteewoorden van deze week in een woordzoeker — dan zien kinderen dezelfde woorden nog een keer zonder dat het oefenen lijkt.

Laatst bijgewerkt: 31 juli 2026