Direct naar de inhoud

Begrijpend lezen groep 7: oefenen

Lees de tekst, beantwoord de vragen en kijk meteen na. Bij elke fout zie je niet alleen het goede antwoord, maar ook hoe je eraan komt.

Kies een tekst
  1. 1.Hoeveel later maakt het lichaam van een puber melatonine aan?

  2. 2.Wat is het belangrijkste tegenargument in deze tekst?

  3. 3.Welke zin uit de tekst is een mening en geen feit?

  4. 4.Wat wordt bedoeld met "de biologische klok"?

  5. 5.Wat wil de schrijver vooral duidelijk maken?

In het kort

In groep 7 worden de teksten zakelijker en moet je onderscheiden wat een feit is en wat iemands mening. Dat is ook doorstroomtoetsstof.

Zo oefen je begrijpend lezen

  1. Lees de tekst. Lees hem één keer helemaal door zonder bij de vragen te kijken. Dan weet je waar het over gaat.
  2. Beantwoord de vragen. Klik bij elke vraag het antwoord aan dat je denkt. Twijfel je? Lees dat stukje van de tekst nog eens terug.
  3. Kijk na. Je ziet meteen hoeveel er goed zijn. Bij elke fout staat waarom het andere antwoord juist is, én met welke aanpak je daar komt.

Wat leert een kind in groep 7?

In groep 7 leren kinderen onderscheid maken tussen feit en mening, en de bedoeling van de schrijver herkennen.

In groep 7 worden de teksten zakelijker en komen er meningen in voor. Het onderscheid tussen een feit en een mening is dan de kernvaardigheid, en het is precies wat de doorstroomtoets een jaar later vraagt.

De vier soorten vragen

Elke oefening wisselt bewust af tussen deze vier. Wie alleen opzoekvragen oefent, leert zoeken in plaats van begrijpen. Bij een fout antwoord noemt de uitleg ook de soort, zodat duidelijk wordt wélke aanpak erbij hoort.

De vier vraagsoorten en de aanpak die erbij hoort
SoortHoe pak je die aan?
Opzoeken Het antwoord staat met zoveel woorden in de tekst. Zoek een woord uit de vraag terug en lees die zin nog een keer.
Wat betekent dat woord? De tekst legt het woord niet uit, maar de zinnen eromheen verraden het. Lees de zin ervoor en erna.
Zelf nadenken Dit staat er niet letterlijk. Je moet twee dingen uit de tekst combineren en er zelf een conclusie uit trekken.
Waar gaat het over? Kijk naar de tekst als geheel, niet naar één zin. Vaak staat de kern in de titel of in de eerste zin van elke alinea.

Begrijpend lezen groep 7 in cijfers

Wat er voor groep 7 klaarstaat
WatHoe
Teksten voor deze groep 8
Lengte 152 tot 218 woorden
Vragen per tekst 5
Soorten vragen opzoeken, wat betekent dat woord?, zelf nadenken, waar gaat het over?
Nakijken Online, met de reden bij elke fout
Kosten Gratis, zonder account

Alles voor groep 7

Dezelfde groep, andere oefening. Allemaal gratis en met antwoorden erbij.

Verder oefenen

Begrijpend lezen staat niet los van de rest van de taal. Wie moeite heeft met de vragen, heeft vaak baat bij woordsoorten en zinsdelen, want dan wordt de bouw van een zin zichtbaar. Voor rekenen is er de tegenhanger van deze oefening: redactiesommen, waarbij je uit een verhaaltje moet halen welke som erin zit. Voor groep 7 en 8 is er ook de gemengde oefenset voor de doorstroomtoets.

Veelgestelde vragen over begrijpend lezen in groep 7

Wat is het verschil tussen een feit en een mening?

Een feit kun je nagaan of meten: "de bus vertrekt om acht uur". Een mening is wat iemand ervan vindt: "de bus vertrekt veel te vroeg". Lastig wordt het als een mening als feit wordt gepresenteerd. Let op woorden als "te", "prachtig", "onnodig" en "iedereen weet dat".

Hoe bereid je begrijpend lezen voor op de doorstroomtoets?

Door regelmatig korte teksten te lezen en er vragen over te beantwoorden, niet door vlak voor de toets te stampen. Op deze site staat ook een gemengde oefenset voor de doorstroomtoets, waarin rekenen en taal door elkaar lopen zoals in de toets zelf.

Waarom staat het goede antwoord niet altijd op dezelfde plek?

De antwoorden worden per tekst door elkaar gezet. Anders leert een kind de plek in plaats van de tekst, en dat is precies wat je niet wilt oefenen.

Laatst bijgewerkt: